In deze rubriek worden de frequenties van de bijwerkingen als volgt gedefinieerd: Zeer vaak (≥ 1/10); vaak (≥ 1/100, < 1/10); soms (≥ 1/1.000, < 1/100); zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000); zeer zelden (< 1/10.000), niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). In klinische onderzoeken met een pediatrische populatie (kinderen van 2 tot en met 12 jaar) waren de meest frequente bijwerkingen die vaker gemeld werden dan met placebo hoofdpijn (2,7 %), zenuwachtigheid (2,3 %) en vermoeidheid (1 %). In klinische onderzoeken met volwassenen en adolescenten met een reeks indicaties waaronder AR (Allergische Rhinitis) en CIU (Chronische Idiopathische Urticaria) werden er bij de aanbevolen dosis van 10 mg per dag bijwerkingen waargenomen bij 2 % meer patiënten die behandeld werden met loratadine dan bij degenen behandeld met placebo. De meest frequente bijwerkingen die vaker gemeld werden dan met placebo waren slaperigheid (1,2 %), hoofdpijn (0,6 %), verhoogde eetlust (0,5 %) en slapeloosheid (0,1 %). Andere bijwerkingen die zeer zelden gemeld werden na het in de handel brengen, worden weergegeven in onderstaande tabel. Immuunsysteemaandoeningen Overgevoeligheidsreacties (waaronder angio�oedeem en anafylaxie) Zenuwstelselaandoeningen Duizeligheid, convulsies Hartaandoeningen Tachycardie, palpitaties Maagdarmstelselaandoeningen Nausea, droge mond, gastritis Lever- en galaandoeningen Abnormale leverfunctie Huid- en onderhuidaandoeningen Rash, alopecie Algemene aandoeningen en toedienings�plaatsstoornissen Vermoeidheid Onderzoeken Niet bekend: Gewichtstoename Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via de website: www.fagg.be.